Meedoen, tegenwerken of op je handen zitten?

13 en 14 februari 2014/ Oost-Knollendam

De tweede editie van de Burgermeester Academie is gestart! Een jaar na de eerste editie is de vraag naar innovatie door participatie alleen maar verder gegroeid. In 24 uur, in het Werkparadijs in de Polder van Meneer de Leeuw, wordt de leergang geladen met de praktijkvragen van de zeventien deelnemers. Hoe kan ik bewoners betrekken bij het waterbeheer? Hoe kan ik de creativiteit van bewoners écht benutten bij stedenbouwkundige ontwerpen? Hoe zorg ik ervoor dat raadsleden raad weten met participatie? Hoe organiseer je zakelijke participatie? Deze professionals uit gemeente, provincie, waterschap en onderwijs hebben gemeen dat zij samen met in plaats van voor een gemeenschap willen werken aan maatschappelijke vraagstukken.

12607637104_ac0921e519groot.jpg

De zoektocht naar antwoorden vanuit de praktijk begint met een aangrijpende ontmoeting met twee jonge mensen, die ooit alleen naar Nederland zijn gevlucht, jarenlang in asielzoekerscentra hebben gewoond en op dit moment geen recht meer op opvang hebben en niet terug kunnen naar hun land van herkomst. Ze zijn aan het overleven. Yannick is één van hen. Hij spreekt vloeiend Nederlands en nog 5 andere talen. Sinds zijn komst in Nederland heeft hij in tien verschillende plaatsen in Nederland in asielzoekerscentra gewoond. Nu leeft hij elke dag in de onzekerheid of hij hier morgen nog kan zijn. In die situatie bouwt hij toch aan zijn leven en talenten door. Hij studeert financieel management aan een universiteit, met de steun van mensen om hem heen. Hij vertelt daar niet dat hij vluchteling is, want dan kijken mensen anders naar je en gaan zij anders met je om. Wat mist hij het meest? Respect… zegt Yannick met zichtbaar pijn. Waar verlang je het meest naar? Een groot eigen bed! De twinkel is weer terug in zijn ogen. Het ongeloof en de schaamte zijn voelbaar bij alle deelnemers. Het is onmogelijk om niet meegezogen te worden in het verhaal van Yannick, terwijl je misschien toch liever je ogen zou willen sluiten.

Dan neemt “burgermeester” Fronnie Biesma het woord. Ze is initiatiefnemer van stichting de Vrolijkheid. Haar stichting organiseert creatieve activiteiten voor een vergeten groep in asielzoekerscentra: kinderen en jongeren. Vanuit het netwerk van de Vrolijkheid is ze twee jaar geleden samen met wetenschappers, de Nederlandse School voor Openbaar Bestuur, ondernemers, etc., een proces gestart met als doel om het denken over en werken aan ‘een andere manier van opvang van asielzoekers’ mogelijk te maken. Ze zoeken ruimte voor de pragmatische gedachte, dat er in Nederland op 30 plekken asielzoekerscentra staan waar ruim 20.000 mensen wonen uit de hele wereld. Mensen met talenten, passie, kennis en kunde. Zouden we de opvang van asielzoekers zo kunnen organiseren dat er een win-win ontstaat, voor de mensen die er wonen én de samenleving? Iedereen binnen dit proces rond de transitie van de asielopvang doet op persoonlijke titel mee. Na twee jaar is er eigenlijk veel in beweging. Er is onderzoek, de overheid beweegt, de gemeente Amsterdam wil een ander soort opvang, kleine ondernemingen met bewoners van asielzoekerscentra zijn gestart.

whyhowwhat.png

Fronnie vertelt waar ze als burgermeester in de opvang van asielzoekers tegen aan loopt in dit proces. Eén van de barrières die veel maatschappelijk ondernemers herkennen is dat ondernemers vaak iets nieuws starten vanuit het ‘waarom’, op zoek naar de menselijke maat in de zorg, of de opvang. Daarna komt het ‘hoe’, en als laatste het ‘wat’. In gesprekken met overheden staat het meetbare 'wat' vaak centraal. Wat is er zo anders aan de zorg in Thomashuizen, Buurtzorg of in dit geval opvang van asielzoekers? Een pijnlijke 'lesson learned' is dat, zoals ook Jan Rotmans in zijn nieuwjaarscolum 2014 aangaf, mainstream organisaties de neiging hebben het bestaande te verdedigen en het nieuwe proberen onschadelijk te maken. Die agressie heeft de transitiegroep asielopvang de afgelopen twee jaar veel meegemaakt en dat heeft Fronnie geschokt en verbijsterd.

Vanuit transitieperspectief bekeken is het onwaarschijnlijk dat het huidige opvangsysteem dat pas 30 jaar bestaat er over 10 hetzelfde uit zal zien. Door te blijven duiden dat het anders kan en alternatieven te bouwen ontstaat er ruimte voor vernieuwing.

Fronnie sluit af met een provocerende opmerking die als een bom inslaat: ze houdt een pleidooi voor professionele rollenscheiding. Maatschappelijk ondernemers hebben een andere rol dan overheden. Ambtenaren zijn geen ondernemers. Het is aan de overheid vooral duidelijk te maken waar en wat de ruimte is voor maatschappelijk ondernemers. Een deelnemer reageert gekrenkt: “maar ik steek juist mijn nek uit door buiten de gebaande paden te werken, ik ga en sta voor de publieke zaak”. Fronnie antwoordt dat meer ruimte opeisen als ambtenaar niet altijd de manier is, dat het soms om ruimte geven gaat. En dat betekent dat je soms op je handen moet gaan zitten. Als je het nieuwe echt een kans wilt geven, zul je diegene die dat vormgeven ruimte moeten geven, hij of zij ziet waar het heen gaat. Jij misschien nog niet. Er is, nu alles verschuift, geen eenduidige waarheid. Wel belangrijk wellicht om daar over te reflecteren, helder over te zijn.

Hier moeten wij verder op reflecteren. Eén deelnemer staat beduusd de gebruikte koffiekopjes af te wassen, om maar even iets om handen te hebben. Uit het veld geslagen door de indringende verhalen, zoekend naar wat dit alles dan betekent voor haar eigen werkveld. Wordt vervolgd…

Terug naar blogpagina